donderdag 22 november 2012

Op de pont


We stonden te wachten op de pont bij de NDSM-werf. Het ‘lange pontje’, dus.
Een man riep ‘Nee, het is aan deze kant.’
Ik keek om. De jongen tegen wie hij het had liep terug van de verkeerde steiger, zodat hij ook richting CS zou gaan, en niet naar de Tasmanstraat. Ik had het gevoel dat er vaag een herinnering aan kleefde, aan de Tasmanstraat. Daar bleef het bij.
De jongen stond inmiddels naast de man, achter ons. Het leek me een beetje een jongen van de straat. Hij was erg beweeglijk.
We staken een sigaret op.
De jongen zei iets tegen de man, maar dusdanig onverstaanbaar dat ik dacht dat hij bij de grote groep Italiaanse toeristen hoorde die op de kade stonden. Zij stapten echter de pannenkoekenboot op die naast de aanmeerplek van de pont zwijgzaam kabbelend wachtte op clientรจle.

De jongen slaakte een harde kreet. Zoals jongens van de straat dat weleens willen doen. Kijken of er iemand schrikt. Even verbaal het territorium afpissen. Daarna lachen ze er altijd hard bij, jongens van de straat, ongeacht of de kreet effect had.
Hij lachte niet. Hij zette nog een keer z’n keel open. En nog een keer.
Daarna lachte hij pas. Maar niet op de manier de je zou verwachtten.
Het was geen vieze lach, de overdrijving ontbrak.
Het was de lach van een kind.

Gedurende de overtocht schreeuwde hij regelmatig. Ook had hij enige tijd de mobiele telefoon van de man vast, waar hij lange tijd net iets te hard met zijn vinger op tikte. Hij was ongecontroleerd, vrolijk, opgetogen. Op momenten dat er geen aanleiding toe was. Dat het eigenlijk ongepast voelde. Voor ons dan, de overige passagiers.
Ik vroeg me af of het zijn leven lastiger maakte, dat hij er hetzelfde uitzag als iedereen, maar niet hetzelfde was. Waarschijnlijk wel. Maar het leek me niet iets waar hij onder gebukt ging.

dinsdag 13 november 2012

Sugar rush


Sint Maarten is niet meer wat het geweest is. Althans, niet hier, bij ons in de buurt. Dat klinkt als een wat oubollig verwijt van iemand die tegen beter weten in terugverlangt naar vroeger. Welbeschouwd is het dat ook. Dat is niet erg. Niet alles hoeft bij een constatering te blijven.

Hugo liep voor het tweede jaar. Na een uur was hij weer thuis, met een buit die te wensen overliet. We vroegen of hij niet nog wat langer wilde lopen. Hij wuifde het weg en stopte een snoephamburgertje in zijn mond dat eruit zag alsof het van rubber was gemaakt. We vroegen het nog maar een keer. Hij zit in een fase waarin hij min of meer alles wegwuift, wat ons - als strategische tegenzet - heeft doen besluiten dat de aanhouder wint.

Terry, die met hem meeliep, vertelde dat hij ook aan de deur gedrag vertoonde dat je deed afvragen of hij het wel begreep, Sint Maarten. Wanneer hij mocht kiezen tussen chocolade en een mandarijn, koos hij steevast voor het laatste. We keken elkaar aan. Er zat niets anders op. Hij zou een pion worden, onwetend, in een strijd die hem niet interesseerde. Goedschiks of kwaadschiks, de avond zou niet eindigen met de oogst die nu voor ons lag.

Terwijl Hugo stug zijn zegeningen telde, maakten we hem met meer overtuiging duidelijk dat hij toch nog een stukje moest lopen. Terry zou met hem meegaan. Hij vroeg of hij eerst nog zo’n snoephamburgertje mocht eten. Dat mocht. Dan vond hij het best.
Een half uur later waren ze thuis. De oogst was indrukwekkend. Het buurmeisje dat ook mee bleek te zijn geweest sprak over een slimme strategie. Hugo was zo goed als de enige geweest in de straat die ze hadden uitgekozen. Mensen zeiden telkens: pak er maar drie.

Thuisgekomen bleef hij snoep eten. Daarna sloeg hij welbeschouwd door. Hij rende, gilde, struikelde. Onafgebroken. Hij doet dat vaker, ’s avonds voor het slapen gaan. De storm voor de stilte. In tegenstelling tot bij zijn gangbare manie viel er alleen nu niet meer met hem te praten. Hij had zo'n blik die je kent van dronken vrienden. Waar elke vorm van rede kansloos op stukslaat.
Hugo struikelde weer. Hij lachte er aanstekelijk bij. Daarna rende hij door. Wat later werd er hard gehuild om iets onbenulligs. Een flauwe grap zorgde ervoor dat dit in een vloeiende beweging overging in de slappe lach. Hij was volslagen labiel. 
Daarna viel hij probleemloos in slaap.